Dirk is Feyenoord, in alles

0
2135

door Boudewijn Warbroek 

Sommige spelers zijn voor Feyenoord geboren. Dirk Kuijt is een van hen. In alles belichaamt hij het karakter en het DNA van onze club. Daarom is het zo jammer dat we tijdens zijn loopbaan slechts vijf jaar van hem hebben kunnen genieten. Helaas is het in het huidige voetbal zo, dat spelers met bovengemiddelde kwaliteiten naar het buitenland vertrekken. Als Dirk iets eerder zou zijn geboren, had hij misschien wel een jaar of vijftien voor onze club gespeeld. Stel je toch eens voor….

Kijkend naar Dirks carrière, heeft hij maar nét iets meer wedstrijden voor Feyenoord gespeeld, dan voor FC Utrecht. Voor Liverpool speelde hij verreweg het meest. Helaas kunnen we Dirk daarom niet exclusief claimen als ons clubicoon. Hij is een icoon van diverse clubs. Wel scoorde hij voor Feyenoord de meeste goals, dat dan weer wel. Overal waar hij speelde, was Dirk geliefd bij het publiek. In Utrecht was hij een held, maar ook in Liverpool en bij Fenerbahçe. Dirk koppelde kwaliteit aan tomeloze werklust, een ongeëvenaarde inzet en een grandioze wedstrijdinstelling. Daarnaast nam hij altijd alle tijd voor supporters die een handtekening vroegen of met hem op de foto wilden. Wat ook zo mooi is: Dirk bleef al die jaren met beide benen op de grond. Niks geen kapsones of poeha.

Ik heb het altijd jammer gevonden dat Dirk in zijn laatste seizoen op de bank terechtkwam. Natuurlijk, ook ik kon zien dat het hem moeite begon te kosten om alles te blijven belopen, en om het soms hoge tempo bij te benen. Maar toch. Dirk was altijd van waarde. Bovendien had hij de kwaliteit om vanuit het niets een wedstrijd te beslissen. Zo’n speler wil je toch altijd in je elftal hebben staan, denk ik dan. Bovendien was algemeen bekend dat Dirk geen speler is die genoegen neemt met een plek op de bank. Ik denk zelfs dat hij misschien nog wel een jaar, of langer, was blijven voetballen als hij basisspeler was gebleven. Want Dirk wilde spelen, overal en altijd. Twee, drie keer per week is voor hem nooit een probleem geweest. En tussendoor voluit trainen, alsof het niets was. Nooit geblesseerd en altijd in topconditie.

Één keer viel de altijd correcte Dirk na een reservebeurt uit zijn rol. Tijdens een tv-interview liet hij duidelijk blijken dat hij niet blij was met zijn plek op de bank. Hij dacht als aanvoerder een streepje voor te hebben bij de trainer, zei hij letterlijk. Dat vond ik toen teleurstellend, omdat juist Dirk altijd benadrukte dat kritiek binnenskamers moest blijven, en dat niemand groter of belangrijker is dan het team. Maar goed, één keer zo’n uitspraak in al die jaren, ik vergeef het hem graag. Dat Dirk altijd 100 procent scherp was en dit ook van zijn medespelers verwachtte, bleek in het voorjaar van 2017 op het Kasteel van Sparta. We stonden 1-0 achter, en Miquel Nelom ging warmlopen om de geblesseerd geraakte Terence Kongolo te vervangen. Miquel deed dit op zijn Miquels; rustig aan, een beetje dromerig. Dirk zag dit ook, en stoof van zijn plek op de bank om Nelom boos toe te spreken. “Kom op man, agressie, beleving, we staan achter!”, of zoiets zal Dirk hebben gezegd. Volkomen terecht natuurlijk.

Het coachen en oppeppen van medespelers is altijd een grote kwaliteit van Dirk geweest. In het boek “De eerste van de eeuw” van Willem Vissers en Bart Vlietstra, dat vorig jaar na het behalen van de landstitel verscheen, wordt dit prachtig beschreven. Dirks rol is dat seizoen doorslaggevend geweest, blijkt overduidelijk uit dit boek. Niet alleen zette hij iedereen voortdurend op scherp, ook wist hij zijn medespelers ervan te overtuigen dat Feyenoord kampioen kon worden. Daarbij wist hij ook iets van zijn eigen winnaarsmentaliteit op de groep over te brengen. Het waren uiteindelijk de sleutels die leidden naar het ongekende succes.

Alle jaren dat Dirk bij onze club speelde, heb ik met volle teugen van hem genoten. Van zijn spel. Van zijn doelpunten. Van zijn ongelooflijke inzet. Van zijn gewoonte om te lopen op ogenschijnlijk onhaalbare ballen. Van zijn aanwezigheid, overal op het veld, altijd zwoegend, vechtend en strijdend. Nooit verzakend, altijd 100 procent gevend. Of 200 procent. Het allermooiste was zijn openingsdoelpunt in de kampioenswedstrijd tegen Heracles. Na 38 seconden lag de bal al in de goal. Met zijn timmermansoog vond Dirk, vanuit een zeer moeilijke hoek, precies het gaatje dat nodig was om De Kuip in vuur en vlam te zetten. De rookwolken van het vuurwerk bij de opkomst waren nog niet eens opgetrokken. Onvergetelijk.

Die kampioenswedstrijd was ook Dirks ultieme wraak voor het feit dat hij zijn basisplaats was kwijtgeraakt. Hij speelde slechts omdat Tonny Vilhena was geschorst. Maar hij scoorde drie keer, en plaatste daarmee een dik, vet uitroepteken achter zijn imposante loopbaan, en achter de landstitel van onze club. Vanaf dat moment wist ook iedereen: dit is het kampioenschap van Dirk Kuijt, en van niemand anders. Hij vierde niet voor niets dagenlang feest. Dit was zijn beloning en bekroning.

Als ik denk aan Dirk de voetballer, schieten tal van momenten door mijn hoofd. Allereerst natuurlijk die wedstrijd tegen Heracles, zijn absolute hoogtepunt. Maar ook zijn vele goals tegen de aartsrivaal, waaronder het prachtige doelpunt dat hij vierde door over de boarding te springen en met gebalde vuisten schreeuwend voor Vak X te gaan staan. Het opjutten van medespelers. Dat diverse keren hoog opspringen voor de aftrap, alsof hij aan de warming-up nog niet genoeg had gehad. Een van zijn kinderen die ooit op een trainingskamp van Oranje zong “Helemaal niets in Amsterdam”, wat door alle media werd opgepikt. En het feit dat hij altijd oog en oor had voor de supporters. In het stadion, thuis en uit, maar ook bij trainingen, vriendschappelijke wedstrijden of op andere momenten.

Feyenoord mag er trots op zijn dat het Dirk Kuijt voor de club heeft weten te behouden. Hij wordt nu trainer op Varkenoord. Ooit zal hij doorstromen naar het eerste. En ik denk dat hij ons ook dan kampioen zal maken. Zoals Dirk zelf zegt: het begint bij geloven. Ik geloof in Dirk. En het hele Legioen gelooft met mij mee, dat weet ik zeker.

De journalist Boudewijn Warbroek (1963) bezoekt wedstrijden van Feyenoord sinds 1975. Hij werkt als vrijwilliger voor supportersmagazine Hand in Hand en Stadion Sport Nieuws, en schreef mee aan ruim tien boeken over Feyenoord en is columnist bij Dagblad010